Draaiende derwisjen van Mina Etemad
Geschreven door Mina Etemad
Tijdens het programma Tussen Vrijheid en Schuld droeg schrijver en journalist Mina Etemad een persoonlijke tekst voor over dans, verzet, verbondenheid en de last van het getuigen.
Ik keek naar de draaiende dansers en zag iets groters. Vanaf mijn theaterstoel staarde ik gefascineerd naar hun lange, rondtollende rokken waarvan het stof op en neer deinde, golvend in rustgevende patronen. Elk van de dansers had één hand opgeheven naar de lucht, de palm naar boven gekeerd, de andere hand en palm waren naar beneden gericht.
Choreograaf Sidi Larbi Cherkaoui had zich laten inspireren door het Sema-ritueel van de Mevlevi-orde, een soefiorde die in de dertiende eeuw is gesticht door de Perzische mysticus Jalal Ad-Din Rumi.
Cherkaoui had hun ritueel gekneed en vervormd voor zijn visie. De ruim twintig dansers draaiden rond en rond en verplaatsten zich in patronen langzaam over het toneel. Al waren er ook tal van momenten waarop ze andere danstechnieken inzetten en bijvoorbeeld op hun spitzen gingen staan. Maar het deel dat was geïnspireerd op het Sema-gebed was het meest hypnotiserend om naar te kijken.
Misschien komt het doordat het golven zo eindeloos lijkt en je als toeschouwer grip verliest op de lichamen omdat je geen begin of eind meer kunt ontwaren. Je moet je wel overgeven aan die herhalende beweging die zo simpel lijkt maar tegelijkertijd zo alomvattend voelt.
We hebben allemaal weleens om onze eigen as getold en weten dat we dan op een gegeven moment iets lijken te ontstijgen, dat we meer of misschien minder worden dan onszelf.
Ik denk ook dat het kijken je uitnodigt om je in te leven in dat draaiende lichaam. We hebben allemaal weleens om onze eigen as getold en weten dat we dan op een gegeven moment iets lijken te ontstijgen, dat we meer of misschien minder worden dan onszelf. Zonder oefening duurt dit moment maar kort en worden we algauw misselijk, maar stel je voor dat je het draaien lang vol kunt houden. Minuten misschien, of zelfs uren.
Het moet dan voelen alsof de wereld om jou draait, alsof jij het middelpunt bent waar het universum omheen draait. Alsof jij alle krachten naar je toe trekt en de wereld vooruit stuwt. Je rechterhand richt zich naar boven om het goddelijke uit de hemel te ontvangen, en vanuit die hand stroomt de energie door het hele lichaam en baant zich een weg naar buiten via die onderste hand, wordt doorgegeven aan de aarde.
Een derwisj ontvangt en geeft, is een vehikel. Het draaien is een manier om een transcendentale kracht tot zich te nemen en over te dragen aan het aardse. Tijdens dit gebed ontstijgt de derwisj het ego en bereikt eenheid met het universum.
Daar zittend op die theaterstoel, terwijl mijn gedachten tolden, vroeg ik me af of niet ieder mens ernaar zou moeten streven om te ontvangen en te geven. Zouden we niet allemaal vehikels moeten zijn die zich proberen los te weken van het ik en die zich dienstbaar proberen op te stellen ten opzichte van het grotere? Durven we het aan om die nietigheid te accepteren?
Ik weet niet hoe ik dat grotere geheel in deze context precies moet definiëren, anders dan dat het een land is waar wij door grenzen, internetblokkades en bedreigingen niet helemaal bij kunnen komen.
Vandaag gaat voor mij over positionaliteit. Welke plek neem je in in een groter geheel? Ik weet niet hoe ik dat grotere geheel in deze context precies moet definiëren, anders dan dat het een land is waar wij door grenzen, internetblokkades en bedreigingen niet helemaal bij kunnen komen. Maar de wens is er, en ik denk dat het een van de redenen is waarom jullie hier zijn. Om je meer verbonden te voelen met Iran.
En wij, degenen hier op het podium, proberen jullie dat te laten voelen via ons en onze verhalen. Niet dat wij volledig tot die wereld behoren, maar we proberen het: wij zijn lichamen die Iran in zich dragen en die die cultuur voortdragen, en die ook, ons altijd bewust van onze positie, door willen geven.
Eigenlijk draait mijn werk voortdurend om positionaliteit, denk ik.
Als journalist interview ik mensen in Iran, vertaal hun woorden naar het Nederlands en structureer dan hun verhaal zodat het in de mallen van de krant past, maar let erop hun woorden niet te veel te sturen.
Als schrijver probeer ik meer van mezelf in een tekst te leggen, probeer de gedachten die ik heb zo precies en eerlijk mogelijk weer te geven zonder mezelf heel belangrijk te maken. Ik schrijf ook vaak over anderen en vraag me dan constant af of en hoe ik hen echt recht doe.
Dat ik als auteur een vehikel ben met één ontvangende en één gevende hand.
Zo gaat mijn boek wel over mij, maar ook over mijn familieleden en talloze mensen in Iran. Ik hoop dat ik hen centraal heb gesteld, dat ik hun verhalen tot me heb genomen en door heb gegeven. Dat ik als auteur een vehikel ben met één ontvangende en één gevende hand.
Maar toch draait het in mijn werk – en ook nu – wel echt om mij.
Hoe vaak heb ik in deze tekst niet al het woord ‘ik’ gebruikt? Is dit alles niet slechts een zelfonderzoek en heb ik tot nu toe vooral mijn ego laten spreken?
Of misschien zijn door al het voorgaande jouw gedachten nu aan het tollen. En misschien was dat alles noodzakelijk om bij het volgende uit te komen.
Begin januari waren er mensen die hoopvol waren en de straat op gingen. Ze zagen hoe mensen zoals zij in allerlei andere steden de straten overnamen, en ze voelden verlangen, angst, kracht of woede branden. Toen waren er mensen die schoten, mensen die bloedden, mensen die weggevoerd werden. Er waren mensen die urenlang tussen de lijken zochten, mensen die nog steeds hun geliefden niet hebben gevonden. Er waren mensen die hun winkel in rook zagen opgaan, mensen die de groenteboer op de hoek nooit meer konden groeten.
Er waren mensen die wachtten op oorlog, er waren mensen die bang waren voor chaos, en er waren mensen die niet meer zeker wisten wat ze wilden. Er waren mensen die hun huizen verloren, mensen die tussen het puin stierven, mensen die hun winkel platgebombardeerd zagen worden en mensen die overwogen te vluchten.
Er zijn nu mensen die rouwen, mensen die niet meer hopen, mensen die kalmeringspillen innemen, mensen die kwaad zijn, mensen die met de dag apathischer worden.
Welke taak ligt er voor ons weggelegd als we dit allemaal weten? Wat voor mens kun jij zijn als je zulke verhalen hoort?
De trance die de derwisjen bereiken vergt oefening. Ze moeten leren het draaien aan te kunnen, leren zich enerzijds mee te laten voeren door de krachten die aan ze trekken, maar toch ook de controle te behouden. Het vergt overgave maar ook beheersing.
Laat vandaag een oefening zijn in hoe we meer en minder zijn dan ons ik, in hoe we mens zijn en toch ook iets goddelijks in ons dragen. In hoe we streven, overbrengen, belichamen. In hoe we reiken, ontvangen en voeden. In hoe we doorgeven.
Als ik daar zou stoppen zou het best een goed einde zijn, misschien rond, compleet of juist ambigu genoeg zodat je jij je openstelt voor wat er in jou gebeurt.
Maar de werkelijkheid is weerbarstiger, dus ik sluit af met de woorden van iemand anders. Een van de jonge vrouwen uit Iran die ik heb geïnterviewd appte me gisteren na zeven weken terug – al die tijd had ze geen internet gehad. Nu had ze een dure VPN gekocht om even verbonden te zijn. Zij is iemand die hoopte dat de oorlog verandering zou brengen. Ze schreef me:
دوباره باید سرخورده و نا امید برگردیم ب زندگی کصافت عادیمون
خوشبحالتون که اینجا نیسین
Wij moeten teleurgesteld en hopeloos terugkeren naar onze vuile, normale levens. Jullie hebben maar geluk dat jullie niet hier zijn.
Deze tekst is onderdeel van het programma Tussen vrijheid en schuld.